Pisang goreng ziet er vaak uit, voelt aan en smaakt als een slappe lul. Dat is niet aantrekkelijk. Een goede pisang goreng is knapperig aan de buitenkant en heeft een zachte binnenkant. Het volgende recept levert precies dat resultaat. Als je gewonane bananen gebruikt loop je het risico dat ze vanbinnen smelten - bakbananen zijn een stuk steviger. Pisang kepok zijn de kleine banaantjes die je soms bij de toko kunt vinden.
Ingrediënten
2 bakbananen of 8 pisang kepok
100 g rijstmeel
¼ tl zout
100 ml water
½ el gula merah of bruine basterdsuiker
1 tl bakpoeder
Zonnebloemolie
Bereiding
Snijd de bananen in handzame stukken: vier stukken per bakbanaan of twee in het geval je pisang kepok gebruikt.
Meng de rijstmeel, zout, water, suiker en bakpoeder met een garde tot je een wat kleverig beslag hebt.
Verhit ruim olie in een frituurpan of een open braadpan op middelhoog vuur.
Dompel de stukken banaan een voor een in het beslag en leg ze in de olie. Doe niet teveel stukken banaan tegelijk in de olie om te voorkomen dat ze aan elkaar plakken.
Bak de banaan in ongeveer vijf minuten, keer ze halverwege om.
Haal de stukken banaan met een schuimspaan uit de olie en leg ze in een kom bekleed met keukenpapier om af te koelen.
Eet eventueel met poedersuiker. Barbaren eten dit ook met satesaus…
Tip: eventueel kun je het rijstmeel vervangen door tarwebloem.

Comments
Post a Comment